Duidelijk zeer zuidelijk

Door Aart Mak

Soms hangt er merkbaar iets in de lucht. Dat geldt persoonlijk. Er zijn van die dagen dat alles net niet of helemaal niet lukt. Je laat een kopje uit je handen vallen. De band van je fiets is zo plat als een dubbeltje als je weg wilt rijden. De computer heeft ineens kuren. De kat is nergens te vinden. En ’s avonds bedenk je dat je een afspraak helemaal bent vergeten. Zulke dagen… Het omgekeerde komt ook voor. Als een Guus Geluk rolt alles naar je toe. Niets kan je deren. Alles lukt. Het leven lacht je toe. Je hebt het druk maar zorgeloos als een bij zweef je van de ene bloem naar de ander.

Interessanter is het als het om meer, voor elkaar onbekende mensen gaat. Ik heb dat regelmatig. Deze week nog. Een mevrouw die een zus van Trijntje Oosterhuis zou kunnen zijn, zette haar Cactus (dat is voor wie dat niet weet het model waarmee de Citroën-fabriek de oude tijd van de Deux Chevaux wil doen herleven) op de bocht van een kruispunt en met de knipperlichten aan veronderstelde zij dat anderen er met gemak langs konden. Niet dus. Even verderop reed een fietser frontaal op mijn auto af en week pas op het allerlaatste moment uit toen ik claxonneerde. Bij een eenrichtingsweg reed een automobilist doodleuk de verkeerde rijrichting in en op allerlei plekken waar ik reed staken voetgangers lukraak de rijweg over en reden fietsers links van de straat alsof ze vakantie vierden in Groot-Brittannië. Dan hangt er dus iets in de lucht volgens mij.

Nu kan het de tijd van het jaar zijn. Op vrijdagmiddag vorige week deed ik één van de aardigste dingen die je kunt doen op zo’n aarzelend beginnende lentedag. Dat is door Amsterdam lopen. In mijn geval deed ik dat met de kinderwagen aan de hand met daarin mijn 15 maanden oude kleinzoon. Hij kijkt naar voren en ziet dus alles, net als ik. Het was de vrijdag na Pasen. Het jongetje kan overigens nog niet zelfstandig lopen, althans niet zonder een helpende hand, maar hij staat al op. Elke keer weer opnieuw. Dus nog even en hij spurt bij je vandaan. Van de dag van de opstanding naar de dag van de geest, hij zal toch een keer bij je vandaan wandelen. Maar ik dwaal af. Het was druk in Amsterdam. Het al een beetje warm in Amsterdam. Ik passeerde veel jonge mensen die zich als een katje uitrekten in de zon. Vaak hadden ze een laptop op hun schoot. Lopen van de Pijp naar de Plantage Kerklaan kom je ook de nodige onderwijsinstellingen tegen, vandaar die jongeren. Voortdurend ving ik flarden gesprekken op. En het leek alsof iedereen met hetzelfde bezig was – en nu citeer ik Hans Andreüs: ‘languit in hun huid liggen te zingen, heel duidelijk zeer zuidelijk te zijn.’

Nu leven we in een tijd van het jaar waarin er volgens de oude traditie ook echt wat in de lucht hangt. Het is Pasen en dat duurt maar voort, veertig dagen lang. Volgens de verhalen laat iemand zich soms zien en is dan weer weg. Je doet je werk maar het kan zomaar zijn dat een vreemde tegen je zegt dat je het over een andere boeg moet gooien. Het is de tijd van de verschijningen. En dat gaat verder dan je denkt. Na de koude winter waar je geneigd bent je terug te trekken in je warme hol, is er dan eindelijk de warmte. Als een bloem ontvouwen de mensen zich. En dan blijkt dat er altijd meer is dan je had gedacht. Mensen voelen elkaar aan. Ze raden elkaars gedachten. Maar het is niet alleen vrolijk en zonder zorgen. Soms hangt er een intense verwarring in de lucht. Alsof een vorm van chaos of anarchisme beslag heeft gelegd op de ziel van menigeen. Misschien dat de schokgolven van de vreselijke bombardementen op de burgerbevolking van Syrië ons nu pas bereiken, denk ik dan. Geluid plant zich voort. Maar wie weet ook ontsteltenis, woede, intens verdriet. Zoals een moeder hier wakker ligt omdat ze voelt dat haar studerende dochter in Groningen die nacht zich niet veilig voelt. Dat is persoonlijk. Maar het kan volgens mij ook collectief. Denk in negatieve zin aan massahysterie. En in positieve zin aan… ja, aan wat?

Als het om het positieve gaat, zou ik willen zeggen dat wij elkaar veel meer kunnen beïnvloeden dan we denken. Ook zonder dat we elkaar zien en spreken. Dan hoef je nog niet eens alleen aan bidden of mediteren te denken. Denk ook aan de gevoeligheid en de fijnzinnigheid die zo bij het leven met een sterretje horen. Met het sterretje van kwaliteit dus. Iemand aanvoelen. Ergens in een nood voorzien. De vraag raden. Glimlachen. Beschaafd met elkaar omgaan. Rijden als een heer in het verkeer. Er zijn van die dagen dat ik, en nu citeer ik weer Hans Andreüs, 'alleen het licht weet van wonder boven wonder, alleen weet alles wat ik weten wil.'

Terug naar overzicht…